18 tot 28 juli 1955 – Schoolkamp in de Harz

Vlnr boven: Aly ten Hove, Ria (nichtje van Meta), Ineke Zuiderweg

Midden: Ria Klein Haneveld

Beneden hurkend: Meta Baart, Tineke Huisman, Fenny Zuiderweg, Anneke Klein Haneveld.

 

Ik had mijn examen Gymnasium β in 1955 achter de rug toen we met een schoolkamp naar de Harz gingen. Het was mijn eerste buitenlandse reis, dus een hele belevenis! Ik heb er een plakboek van gemaakt. Aan de hand daarvan wil ik een paar impressies weergeven, vooral waar het een vergelijking tussen toen en nu betreft. Want wat was het toen een andere tijd en wereld.

Het was de eerste keer, voorzover ik weet, dat de school een schoolkamp in het buitenland organiseerde. Bewust Duitsland gekozen 10 jaar na de oorlog? In het voorjaar van 1955 vatten de leraren Karman en Kuhlemeier het plan op, om met een groep leerlingen uit de hogere klassen een reis te maken naar Sankt Andreasberg, een klein dorpje in de Harz. Ongeveer 40 leerlingen meldden zich, waaronder ook een paar oud-leerlingen. Mijn jongere zus Anneke ging ook mee en uit haar klas IV ook Ineke Zuiderweg, Meta Baart en Aly ten Hove. En mevrouw Karman ging mee om op de meisjes te letten.

Spannend! We moesten passen laten maken, want een eigen paspoort hadden we nog niet. En het geld voor de reis? Ik kreeg het cadeau van mijn vader en moeder voor het feit dat ik geslaagd was voor mijn eindexamen. Maar anderen moesten het geld voor de reis zelf verdienen. Mijn zus Anneke ook. Ik hielp haar met het verdienen ervan door het schrijven van adressen, helpen in een winkel op een vrije zaterdagmiddag enzo. Helemaal niet zo gewoon in die tijd, we hadden immers nog school op zaterdagmorgen. Ook haar vriendin Ineke Zuiderweg hielp Anneke daarbij. Het geld kwam er!

 

De reis

Maandag 18 Juli 1955 ‘s morgens om half acht stapten Anneke en ik voor ons huis (we woonden aan de doorgaande weg door Musselkanaaal) in de – bijna tot het dak volgeladen – bus. Via Emmen, Coevorden en Almelo reden we naar Oldenzaal. Een uur bijna had de Nederlandse douane nodig om onze passen te controleren. Toen de trein in, de Harz Express. Maar na een half uur bleven we in Bentheim een hele tijd staan voor de passencontrole (in de trein!) door de Duitse douane. Europa met open grenzen was nog ongekend!

Het was heel prettig dat we in de trein gereserveerde plaatsen hadden. We vulden veschillende coupé’s. Wie kan zich nog herinneren dat je in de trein de raampjes naar beneden kon draaien? ‘Bitte nicht hinauslehnen’ stond er op metalen plaatjes. Nou, wij wisten het tóén wel. Al voordat we in Bentheim aankwamen beleefden we een mooie grap. Jur Schuringa’s veldfles lekte en daarom gooide hij de koffie die erin zat uit het raampje. Het gevolg was dat het raampje van de volgende coupé onder de koffie zat. Na overleg met de bewoners van die coupé, die het geval gelukkig nogal humoristisch opvatten, haalde Jur na Bentheim hetzelfde grapje uit, maar nu met water, zodat hun raampje toch weer wat schoner werd.

Het was een lange reis door Noord Duitsland. Om half vijf waren we in Goslar en toen nog met 43 personen in een bus voor 37 naar Sankt Andreasberg. De weg erheen liep vlak langs de strook Niemandsland tussen de Russische en de Amerikaanse zône. Bij onze verblijfplaats, de Eichsfelder Hütte, liep die grens iets verder weg. Uit de bus moesten we nog een 200 meter lopen, de berg op. Maar we liepen eerst helemaal verkeerd en kregen ruzie met een boer, die ons voor ´dumme verrückte Holländer´ uitschold, omdat we toevallig over zijn land liepen. Maar om half 7 waren we er eindelijk.

We werden direct bestormd door een groep (jongere) kinderen uit West-Duitsland die ook in de Eichsfelder Hütte verbleven. Ze vroegen om snoep, postzegels, Hollandse centen en dergelijke.

Met een van die Duitse meisjes ben ik tot haar dood in 2015 pen-vriendin gebleven. Goed voor mijn Duits ook!

Als welkomstmaal kregen we een soep, die verrukkelijk smaakte, met het bekende zure Duitse brood erbij. Daar moest ik eerst wel aan wennen!

 

Duits eten

Het Duitse eten was voor ons in veel opzichten anders dan we van thuis gewend waren.

Wat kregen we zoal ‘voorgeschoteld’?

Bij het ontbijt was het altijd het ‘zure brood’, behalve ‘s zondags, toen we verse knappende witte Brötchen kregen. Het beleg was meestal boter en Schmalz (reuzel) of jam.

Tussen de middag was het altijd warm eten, maar dat was in Nederland ook nog veelal het geval.

Pellkartoffeln (ongeschilde gekookte aardappelen), met sla of met een papje van kool met ham, vlees en spek. Of Linzensuppe of erwtensoep met aardappelen, uien, wortelen, ham of spek. (Heerlijk!) Vaak was er (droog!) brood bij de soep. De zondag dat we er waren kregen we zelfs een dessert: rijst met pudding en bessensap. En als hoofdgerecht: macaroni met sla! Al met al erg machtig, maar wel lekker.

‘s Avonds weer brood, maar dan met meer beleg: zalm, bloedworst, tomaat, Harzer kaas (de reuk was verschrikkelijk, schreef ik!), smeerkaas, leverpastei, worst. Over het algemeen keuze genoeg, behalve dan die ene keer (ik citeer): 'Om de kaas ontstaat een compleet gevecht want oom Arie (zo heet meneer Kuhlemeier in het kamp) schrokt hele plakjes op! Zo’n schrokop!' Als drinken kregen we meestal thee. Soms Pfefferminz Tee of Affen Tee, beide heel gezond volgens de beheerders, maar voor ons bijna niet te drinken. Een andere keer kregen we griesmeelpudding met brood, kaas en worst. En één keer, omdat we geen echt Mittagsessen gehad hadden: bloemkoolsoep en rijst met appelmoes.

Enkelen van de groep werden ziek en bleven in bed. ‘Toevallig’ kwam dokter Zuiderweg uit Stadskanaal even langs (‘ik was toch in de buurt’). Hij dacht dat het voornamelijk van het ongewone eten en van het beekwater kwam. Vlak bij de Hütte was namelijk een beekje, waarin de jongens zich mochten wassen. Voor de meisjes was dat verboden; hoewel … het werd wel overtreden! We kregen toen het verbod om van het beekwater te drinken. Gelukkig waren de zieken bijna allemaal weer in enkele dagen beter.

 

Dagen en nachten

We sliepen in drie meisjes- en twee jongensslaapzalen. Op de slaapzaal waar ik sliep lagen ook Fenny en Ineke Zuiderweg, Tineke Huisman, Aly ten Hove, Meta Baart, Ria van der Borden (een nichtje van Meta) en mijn zus Anneke Klein Haneveld. Meestal gingen we behoorlijk vroeg naar bed, zo tegen elven. Daarvoor hield een van de leraren een dagsluiting, een stukje uit de bijbel, een kort woord en een gebed. Ik ben benieuwd of dat nu nog zo gaat!

Daarna moest er stilte heersen in de omgeving van de hut. Eén keer was dat niet het geval, doordat enkele jongens te laat terugkwamen uit de bioscoop. Zij kregen de volgende dag dan ook de hele dag strafcorvé. Normaal gesproken deden we om de beurten corvé.

We hebben heel wat voettochten en busreisjes gemaakt in de omgeving. Prachtige stadjes en mooie natuur, maar die zijn er nu ook nog! Maar de hellingen van de straten èn van de bergen maakten je wel geweldig moe. Sankt Andreasberg was zo’n hooggelegen (voormalig) mijnstadje, en nog wel met de steilste straat van de Harz!

De enige zondag dat we er waren gingen we naar de Evangelisch Lutherische Kirche. Voor ons was dat heel apart, vooral de liturgie, die ons Rooms aandeed. Wisten wij toen veel van andere kerken? Nee! De preek in het Duits kon ik goed volgen.

Twee keer was er een voetbalwedstrijd Duitsland-Holland op het voetbalveld (een veld met sintels!) van Sankt Andreasberg. De jongens van onze groep vertegenwoordigden Holland, Duitse jongens uit het dorp en campings in de omgeving speelden de tegenpartij. Beide keren wonnen wij: 5-2 en 5-1.

‘s Avonds zongen we in de conversatiezaal veel liedjes, tot groot vermaak van de Duitse kinderen. Maar in de loop van de week zongen ze al mee! Ook werd er een rechtbank geïnstalleerd die eventuele geschillen moest berechten. Leden van de rechtbank waren Harry Maarsingh, Roelfien Maarsingh en Ko Nieboer. O.a. werd een geschil berecht tussen oom Arie en drie leden van onze groep wegens ‘het moedwillig zich afscheiden van de groep’ tijdens de middagwandeling. En een ander geval speelde tussen Meta Baart en ‘het Koninkrijk der Nederlanden’ (zoals onze slaapzaal zich noemde) wegens het zgn ongeoorloofd gebruik van kamferspiritus.

Eén avond hadden we kampvuur. Eerst moesten we met zijn allen takken en takjes zoeken in het bos. Toen het donker werd, kon het vuur aan. Het was vrij koud, dus we zaten of lagen in onze dekens er naar te kijken. Jur Schuringa, Gerard Bosma en Harry Maarsingh voerden bij het vuur hun zelfgemaakte éénakter ’Vim schuurt alles’ op.

Een andere avond werd gevuld met een Bierfeest. Uit een vat vol donker bier mocht ieder zoveel drinken als hij wilde. Om de avond te vullen moest ieder een bijdrage leveren. De acht meisjes van onze zaal zongen eerst een lied getiteld Notulen over de wederwaardigheden in het kamp. Verder voerden we het toneelstuk ‘Lagertraum’ op, de droom van een meisje, waarin ze alle gebeurtenissen uit het kamp door elkaar haspelde: de vele vacantie-scharreltjes, de naar men dacht op een nacht verschenen dieven, het afdwalen van een paar meisjes van de groep, het liedjes zingen enz. Ook leerden we een liedje, dat Meta Baart maakte als parodie op het lied ‘O, give me a home’.

O give me a school / where we never what do / where the teacher and children do play / where seldom is heard / an extensive word / and the lessons are easy all day.

School, school, o my school / I should love you if you were so / but alas you are not/ as fun as I thought / I’m learning to twelve o’clock all day.

Op de slotavond zongen we Herr Missner en zijn vrouw het ‘Sie leben hoch’ toe, nadat oom Henk (meneer Karman) namens ons allen hen van harte had bedankt voor hun goede zorgen tijdens de vakantie.

Met een heerlijke herinnering aan de wafels uit de Konditorei vertrokken we 28 juli uit de Harz. In de trein leerde meneer Karman ons nog het schone lied De rok van Netje!

Ria (Willering-) Klein Haneveld

De rok van Netje

De rok van Netje was wat kort

van voren en bezijen

Zodoende zag men wat te veel

haar welgevormde dijen.

De slager en de kruidenier

en andere kornuiten

die keken zich de ogen uit

en zuchtten: ‘Wat een kuiten!’

 

Als Netje één der stoepjes deed

en zich bij ‘t dweilen bukte

wist zij niet hoe ze ieder met

haar kuitenpaar verrukte.

Wanneer je haar op straat zag gaan

begon je verbaasd te fluiten

want tjonge jonge ’t was niet gek:

Wat had dat kind een kuiten!

 

De schoonmaak kwam weer in het land.

Ma zuchtte reeds, dat snap je!

Men vond mij dikwijls in de gang

behulpzaam bij het trapje.

En boven op het trapje stond

die frisse meid van buiten.

En ik keek stiekem naar omhoog

en kneep haar in haar kuiten!

 

Als Netje op het trapje stond

bij ‘t zemen van de ramen

zat onder haar de oudste zoon

studerend voor ‘t examen.

Vanuit zijn aardrijkskundeboek

keek hij tersluiks naar buiten:

‘Veel zijrivieren heeft de Maas.....

maar wat heeft dat kind een kuiten!’

 

Ze bleef een lange tijd bij ons

wel zes of zeven jaren.

Toch kwam daar plots het slechte nieuws:

ze ging de huwlijkszee bevaren.

De trouwkoets stopte voor ‘t stadhuis.

De bruid stapte naar buiten

Toen blies daar plots een felle wind

en iedereen riep:

Wat heeft de bruid een kuiten!

 

De ooievaar kreeg heel wat werk

bij Netje thuis, dat snap je!

En dat geen erf’lijkheid bestaat

is natuurlijk maar een grapje.

Wanneer ze ‘s zondags wandelen ging

met haar hele stel schavuiten,

dan bleef een ieder lachend staan.

‘Wat een kind’ren, wat een kuiten!‘

Heeft u aanvullende informatie?

Deze website is altijd in ontwikkeling en nooit volledig. Kunt u dus meer vertellen over een foto of een fotoserie? Heeft u zelf beeldmateriaal beschikbaar dat u met ons wilt delen? Geef graag via onderstaand formulier uw informatie door!

Gaat het om één specifieke foto, omschrijf dan over welke foto het gaat. Vul ook uw contactgegevens in, zodat wij u kunnen benaderen bij aanvullende vragen. Alleen als u bij 'naamsvermelding' een vinkje zet voor toestemming, zullen wij eventueel uw naam vermelden in de presentatie. 

Heeft u beeldmateriaal, laat dit dan bij 'toelichting' weten zodat wij contact met u op kunnen nemen. 

× U heeft niet alle velden correct ingevoerd.